Het kweekhok bestaat uit een zestiental vaste koppels en enkele proefkoppels. Begin december wordt steeds gekoppeld. Er worden 2 ronden gekweekt voor eigen gebruik. Door de jaarlijks toenemende interesse van kopers, alsook een verhoogde vraag voor het schenken van bons, dien ik erna nog verder te kweken.
Regelmatig worden de vaste kweekkoppels omgewisseld van duivin. Af en toe wordt ook aan inteelt gedaan voor een verder proefselectie.
De vliegploeg bestaat uit twee grote, naast elkaar dooreenlopende hokken. Achteraan bevindt zich de gang met in een ander blok nog een reservehokje.
Oude en jaarlingen wonen door elkaar.
De duivenbakken worden jaarlijks volledig bezet. Sinds enkele jaren wordt rond half maart gekoppeld en ze mogen slechts een vijf à zeven dagen broeden, kwestie van zolang mogelijk in slag te blijven.
Daarna gaan ze gewoon op weduwschap, en als het weer goed is, worden ze geleidelijk opgeleerd om zodoende einde mei-begin juni aan de grote start te komen.
na het vliegseizoen mogen ze elk twee jongen grootbrengen en worden daarna terug gescheiden.
Wanneer de grootste rui (kleine pluimpjes) voorbij is, worden alle overblijvende vliegers begin november overgebracht naar de open volières en dit tot einde februari.
Dit bespaart mij veel werk en het verhoogt de weerstand van de duif dankzij deze buitenlucht in de volières.
Sinds een vijftal jaren wordt de eerste ronde verduisterd van maart tot begin juni en wordt gespeeld met de schuifdeur en daarna op nest.
Een vast systeem heb ik niet met mijn jonge duiven, daar ik mij hierin nog onvoldoende heb gespecialiseerd.
Het spel fond & grote fond oude duiven met het spel jonge duiven wordt steeds moeilijker te combineren.